maandag 29 december 2014

Het eerste Lucasloze jaar

Woensdag 17 december 2014 gaat halfop aan wachten op de loodgieter. Wanneer de heren eindelijk arriveren blijkt een ingreep die aan de telefoon slechts 'een kwartiertje duurt, zeker niet meer' anderhalf uur in beslag te nemen. Hakken, zuchten, steunen, beitelen, bellen - hoe zit de leiding van zo'n en zo'n type in elkaar, hoe de afsluiting, hoe de ringetjes? Kunnen die dan geperst of...? Ondertussen probeer ik in de woonkamer een boek te lezen. De wind giert over het balkon en door de binnentuin en jaagt de regen tegen de ruiten.

Precies een jaar geleden werd ik 's ochtends vroeg maar ook weer niet heel vroeg gebeld door Flocco, de vader van Lucas. Lucas is weg. Zijn kamer is leeg. Meteen stap ik op de fiets richting de Christiaan de Wetstraat. In mijn hoofd een onrustig gevecht tussen het besef van wat er aan de hand is en de hoop Lucas straks gewoon weer thuis aan te treffen, in het bed waar hij het grootste deel van de afgelopen weken heeft doorgebracht of, wie weet, aan de keukentafel, op de bank in de woonkamer. Een gevecht waarbij de ene vechter er angstaanjagend veel groter en gevaarlijker uitziet dan de ander; gokkers op de underdog verzenden vergeefse schietgebedjes en knijpen in hun duimen tot ze wit zien. Het bed, de keukentafel, de bank - het zijn plekken waar Lucas al een jaar niet meer is geweest.

De zeventiende december van het jaar 2014 fiets ik opnieuw richting de Christiaan de Wetstraat, via dezelfde route. De beestachtige wind van de ochtend en de vroege middag heeft zich teruggetrokken. Ook regent het niet meer. Hoe was het weer een jaar geleden? Ik kan het me niet meer herinneren. Zoals ik me zoveel niet meer kan herinneren.

Aan de keukentafel, boven de Frans-Diemense wildsouffl├ęs, weet Flora, Lucas' zusje, het gevoel goed te verwoorden: er is iets afgesloten, er is een jaar voorbijgegaan aan eerste dingen zonder Lucas. Kerst volgde al snel op zijn verdwijning, daarna Oud en Nieuw, Pasen, verjaardagen, zijn eigen verjaardag, de dag waarop hij midden in de nacht moest worden meegenomen naar het crisiscentrum. En nu deze dag. Nog vaak zie ik Lucas in gedachten langs het spoor lopen in Diemen, in de duisternis van de zeer vroege ochtend. Ik durf niet te bedenken wat er door hem heen moet zijn gegaan die lange momenten voor hij zijn laatste stap op het spoor zette.



We rijden naar IJmuiden, Flocco, Anouk, Flora en ik. En niet te vergeten hond Bruno! De hemel omineus en duister boven de snelweg, maar eenmaal op het strand aangekomen houdt de wind zich nog steeds koest. In het oosten verschijnt zelfs een eilandje blauwe lucht, en in het westen knipoogt de zon koperrood en goud door de loodgrijze wolken en weerschijnt op de puntige, schuimende golven; Turner verandert in Monet. Het is een adembenemend gezicht. Als door hogere machten speciaal en op bestelling voor ons uitgekozen, deze omstandigheden. De gloeiende rode zon, de massieve grijze hemel, de enorme zee geven een bijna epische glans aan het bescheiden ritueel dat we uitvoeren ter nagedachtenis van Lucas. Anouk spreekt enkele woorden. Daarna leggen we rozen in de langzaam toerollende golven en enkele takken die Lucas tijdens een van zijn laatste dagen in zijn wanhoop van een boom had getrokken en in stukken gebroken. Ook vertrouwen we voorzichtig enkele handen met as toe aan het water, er nauwkeurig op lettend dat Lucas niet wegwaait! Bruno drentelt de hele tijd ergens op de achtergrond, toch niet helemaal op zijn gemak bij die gigantische watermassa, zo lijkt het.  

Nog een tijdje staan we daar naar zon en zee te staren en naar de rozen en takken in het zand. Voor me zie ik Lucas zoals hij was als hij lachte. Hij zat dan altijd, althans zo herinner ik het me, een beetje voorover en hij lachte zacht, een beetje grinnikend, niet voluit, alsof hij een regel overtrad en niet zich niet helemaal durfde te laten gaan, maar aan zijn ogen zag je wel degelijk dat het een oprechte lach was en als je helemaal geluk had, bijvoorbeeld als je echt een goede grap had gemaakt (en dat doe ik toch zo nu en dan), ging die aarzelende grinnik over in een volle, klaterende, welluidende lach en voelde je je als aanstichter van die lach even de koning te rijk. Die gedachte houd ik vast terwijl we naar IJmuiden rijden om vis te kopen. Terug in Amsterdam wachten paarse spruiten en asperges!  

Zo eindigt een merkwaardige mooi-trieste dag van een heel merkwaardig jaar. Het is eerste volle jaar zonder Lucas. Daar zullen er nog vele van volgen, maar wennen zal het nooit.   


- Tim



2 opmerkingen:

  1. Mooi verhaal, Tim. Gerda en ik gingen op dezelfde dag ook naar het water, naar de Maas die vlak langs ons huis stroomt naar de zee. Ook wij legden bloemen in het zand en herdachten Lucas daar.

    BeantwoordenVerwijderen